RADIUS
CCA  Centrum voor Hedendaagse Kunst en Ecologie 

13 juni – 27 september 2026

DE AARDE DENKT VOORTDUREND MEE...

— EEN CREATIEF FILOSOFISCH REISVERSLAG

Boek Tickets

Deelnemende kunstenaars: Sunah Choi & Alex Taek-Gwang Lee, Xandra van der Eijk & Rick Dolphijn, Kristiina Koskentola & Han Xiaohan, Ferran Lega & Christian Alonso, Shintaro Miyawaki & Toshiya Ueno, Katarzyna Pastuszak & Irena Chawrilska, Tihomir Topuzovski

Van dichtbegroeide moerassen tot kale hooglanden, van afgelegen archipels tot uitgestrekte toendra’s en stedelijke delta’s: de Aarde vormt zich als een grenzeloze reeks lokale en trans-lokale systemen die voortbestaan, op elkaar inwerken en samensmelten. Deze systemen brengen niet alleen materie samen; ze volharden, passen zich aan, leren, verbeelden, onthouden en reageren op wat ze tegenkomen. Ze dragen eigen archieven met zich mee en verbinden vroegere klimaten, uitstervingen, migraties en opstanden met omstandigheden in het heden, terwijl ze anticiperen op werelden die nog komen. Wat wij milieu noemen is dit intense, voortdurende proces van planetaire zelforganisatie: waterlandschappen die verdichten en eroderen, bossen die oprukken en zich terugtrekken, gletsjers die pulseren, winden en stromingen die voortdurend de mogelijkheden van het leven hertekenen. De Aarde is geen decor, geen passief toneel waarop de geschiedenis zich afspeelt, maar een actieve, inventieve kracht die continu haar eigen oppervlakken, volumes en atmosferen bewerkt.

Tegenover deze rusteloze, denkende Aarde, vertelden modernistische verhalen—kapitalistisch, koloniaal en extractivistisch—die sinds ongeveer 1800 ons mondiale bewustzijn domineren, een heel ander verhaal. Ze beweerden dat denken het exclusieve voorrecht van de mens was en dat de Aarde, met al haar potentie, kon worden uitgebuit. Maar dit voorrecht was nooit voor iedereen bedoeld. Het was verbonden aan een specifiek mensbeeld: wit, mannelijk, bezittend, bevoegd om te spreken alsof hij namens de hele mensheid sprak, terwijl talloze anderen—volkeren, gebieden, soorten—werden uitgebuit en wegwerpbaar of onbegrijpelijk werden gemaakt. Al meer dan tweehonderd jaar hebben deze verhalen—en de infrastructuren en instituten die hieruit zijn voortgekomen—de vele geschiedenissen van de planeet herschreven, het evenwicht verstoord en diepe wonden geslagen in bodems, wateren, atmosferen en lichamen. Plantage, mijn, dam, pijpleiding en datacentrum zijn allemaal uitingen van dezelfde overtuiging dat de Aarde niet denkt en daarom onbeperkt gebruikt mag worden. Ten behoeve van enkelen. De crises waarmee we nu te maken hebben—klimaatverstoringen, massale uitsterving, verzuring van de oceanen, onbewoonbaar geworden land—duiden op de wereldveranderende gevolgen van dit project.

En dit is nog maar het begin.

Campagnebeeld voor DE AARDE DENKT VOORTDUREND MEE..., door Minhu Jun.

KRITIEK EN DE BEKRITISEERDEN

De ecologische crises zoals we die zelf beleven, maar vooral zoals de massamedia ze aan ons presenteren, tonen slechts een fractie van de veranderingen die de Aarde vandaag de dag ingrijpend hervormen. De kritiek van de massamedia, die in westerse handen is en afgestemd is op de kapitaalstromen die de schade zelf hebben veroorzaakt, sluit vaak aan bij datgene wat bekritiseerd wordt. Van ​​de Meerderheidswereld, ofwel het Mondiale Zuiden, wordt verwacht vragen te beantwoorden die gesteld worden vanuit de machtscentra van het Mondiale Noorden. De meer-dan-menselijke wereld wordt vooral bestudeerd in termen van haar veranderende bruikbaarheid voor menselijk overleven. Maar naast alle zichtbare en minder zichtbare ontwikkelingen, komt ons beperkte begrip van de huidige staat van de Aarde ook doordat veel van de onderstromen die van koers zijn veranderd diep verborgen liggen in de Zwarte Aarde: ondergrondse lagen van minerale, microbiële en procesmatige activiteit waarin andere tijdslijnen, andere beweegredenen, andere experimenten plaatsvinden. Het zou ons niet moeten verbazen wanneer het onbekende en het ogenschijnlijk onmogelijke binnenkort werkelijkheid worden.

Het goede nieuws is dat de Aarde al heel wat van dit soort ingrijpende veranderingen heeft doorgemaakt en telkens nieuwe manieren heeft gevonden om te overleven. Ze heeft altijd nieuwe wegen ontdekt en nieuwe vormen van leven en samenleven. Het slechte nieuws is dat de toekomstige wegen die daaruit ontstaan waarschijnlijk niet voor ons bestemd zijn. Het is goed mogelijk dat de mens geen deel zal uitmaken van deze toekomstige Aarde.

Het opnieuw veranderen van het weefsel van het leven, zowel in mate als in soort, is de manier waarop de Aarde blijft voortbestaan en blijft volharden.

NEDERLAND EN WIJ…

De vloeibare Aarde waarin we ons hier in Nederland bevinden, biedt een bijzonder veelzeggend perspectief om de relatie tussen psyche, land en zee te heroverwegen. Eeuwenlang werden de meren en moerassen in het hart van wat later de Lage Landen zou worden—Flevo, Almere, later de Zuiderzee—ervaren als een gevaarlijk overblijfsel van de laatste ijstijd, een instabiele herinnering aan smeltwater dat elk moment kon terugkeren en dorpen in moerassen en bossen tussen zee en rivier kon overspoelen. Geleidelijk maakten waterbouwkunde en windmolen technologie het voor pioniers als Johannes Leeghwater mogelijk om meren droog te leggen, polders in te dammen en landbouwgrond uit te breiden. Vooral Holland bleef—zoals Plinius al aanvoelde—een strook tussen Helinium en Flevum (inter Helinium ac Flevum)—een fragiel tussengebied dat altijd het risico liep opnieuw door het water te worden verzwolgen.

De beslissing om de Zuiderzee in de twintigste eeuw af te sluiten met de Afsluitdijk en te vormen tot een beheersbaar meer, markeerde een nieuwe fase in deze lange onderhandeling tussen mens en water: een immense culturele operatie om de golven te bedwingen, de getijden uit te wissen en een rusteloze watergeschiedenis te herschrijven met de belofte van controle, veiligheid en duurzaamheid.

Sigmund Freud bezocht Nederland precies op het moment dat dit monumentale project in uitvoering was. Hij was zeer gefascineerd door de Nederlandse landschapsschilderkunst—Ruisdael, Cuyp, Rembrandt—die, zoals hij aanvoelde, niet simpelweg de wilde ‘natuur’ afbeeldde, maar juist de technolandschappen met dijken, kanalen en drooggelegde velden verheerlijkte: een landschap dat letterlijk door mensenhanden was gevormd. Varend door de polders in gehuurde bootjes zag Freud van dichtbij hoe de ‘strijd tegen het water’—die treffende Nederlandse uitdrukking—werd omgezet in een aanpak van rationeel waterbeheer: overstromende rivieren werden gekanaliseerd, overtollig water werd omgeleid en moerassen werden drooggelegd. In Civilization and its Discontents (1930/1961) vertaalde hij deze indrukken naar een definitie van cultuur als het geheel van prestaties en instellingen dat de mens beschermt tegen de natuur en de relaties tussen mensen ordent. Hij vergeleek deze culturele arbeid expliciet met de drooglegging van de Zuiderzee: ‘Waar het Id was, daar zal het Ego zijn. Het is culturele arbeid... ruwweg vergelijkbaar met de drooglegging van de Zuiderzee.’ Het denkproces, zoals bestudeerd in de psychoanalyse, wordt zo gelijkgesteld aan de Nederlandse waterbouwkunde: beide streven ernaar een kritische afstand te creëren tussen het ego en de onstuimige, overstromende krachten—of het nu driften of wateren zijn—die het dreigen te ontbinden.

Maar als we Freuds Nederlandse ervaringen verder volgen, onthullen ze ook iets dat dit humanistische project van beheersing overstijgt. De noodzaak om de delta droog te leggen, in te dijken en te beheersen, getuigt juist van een land-zee-samensmelting dat volgens haar eigen logica denkt en en handelt: meren veranderen in zeeën, riviermondingen verleggen zich, eilanden ontstaan en verdwijnen door de trage, maar onophoudelijke werking van stromingen, sedimenten, winden en getijden. In Freuds vergelijking wordt de Zuiderzee het beeld van een dreigend Id dat bedwongen moet worden; maar vanuit een geofilosofisch perspectief brengt de Nederlandse delta golven, sedimentatie en kustformaties samen die ruimte bieden aan meer-dan-menselijk leven, aan materiële en immateriële harmonieën en melodieën, aan onvoorziene meer-dan-menselijke verbindingen en transformaties.

DENKEN MET ANDERE VORMEN VAN INTELLIGENTIES

De laatste jaren hebben biologen zoals Daniel Chamovitz (2017) onderzocht hoe planten denken en communiceren, en vormen van reactievermogen en besluitvorming zichtbaar gemaakt die niet op die van ons lijken, maar daarom niet minder reëel zijn. Planten zijn niet alleen ‘voelend’ zoals Darwin al stelde; zij weten ook, in zeer reële zin. Dit weten komt niet voort uit een brein, uit cognitie of bewustzijn in enige menselijke zin, maar uit wat we affect zouden kunnen noemen: een verspreid vermogen om relaties waar te nemen en te moduleren. Planten reageren op de geuren om hen heen, op aanraking en zwaartekracht; ze bewonen hun omgeving en passen zich daaraan aan, en ze herinneren zich hun eigen verleden.

Antropologen zoals Eduardo Kohn, die steeds meer aandacht hebben voor inheemse kennis, beschrijven bossen die dromen en communiceren, bergen die advies geven, rivieren die luisteren en reageren. Op basis van langdurig onderzoek in het Amazonegebied (bij Ávila) en een aandachtig luisteren naar zogenaamde tribale en primitieve vormen van kennis, analyseert Kohn hoe het bos denkt. Hij ontwikkelt een antropologie die zich nadrukkelijk richt op levens en denkwijzen die verder reiken dan de (westerse) mens. Hij is geen traditionalist, en idealiseert evenmin een verloren verleden; integendeel, hij laat zien hoe ons heden al verweven is met ‘huisdieren, onkruid, ongedierte, parasieten, ziekteverwekkers, “wilde” dieren of technowetenschappelijke “mutatie”...’. Misschien moeten we zogenaamde tribale, ‘primitieve’ en traditionele samenlevingen niet langer beschouwen als beelden uit ons verleden—een typisch moderne benadering—en ze in plaats daarvan gaan erkennen als figuren van onze toekomst.

Filosofen richten zich ondertussen steeds vaker op de intelligentie van octopussen, dolfijnen en kraaien—levensvormen die radicaal anders weten dan wij, maar daarom niet minder complex zijn. De cognitie van de octopus, verspreid over acht semi-autonome armen, ondermijnt het idee dat denken uitsluitend verbonden is met een centraal brein. Dolfijnen, met hun complexe sociale leven, grote en sterk geplooide hersenen en vermogen voor spel, rouw en zelfherkenning, confronteren ons met ongemakkelijke ethische vragen over welke levensvormen wij als objecten behandelen. Kraaiachtigen zoals kraaien en raven maken en bewaren gereedschap, onthouden gezichten en plannen vooruit, waarmee ze vormen van strategische, inventieve intelligentie vertonen, vergelijkbaar met die van primaten. Elders in mijn boek Philosophy After Nature kom ik terug op een debat in Nature over de kubuskwal, een dier zonder centraal brein dat desondanks door mangrovemoerassen navigeert met behulp van beeldvormende ogen en aangeleerd vermijdingsgedrag. Dit debat dwingt de filosofie te erkennen dat waarnemen, evalueren en herinneren niet alleen tot de hersenschors behoren. Samen maken deze niet-menselijke denkers het onmogelijk om denken nog langer uitsluitend te situeren binnen het menselijke brein. Ze nodigen uit om een ​​veelheid van denkwijzen voor te stellen, elk verweven met de werelden waarin ze leven en de relaties die ze vormen.

Leiden al deze meer-dan-menselijke manieren van denken ons uiteindelijk niet terug naar de Aarde zelf? Het zwarte oppervlak dat ons in leven houdt, dat het volledige spectrum van leven voortbrengt, en al eeuwenlang verstrengelde en verbazingwekkend complexe ecosystemen voortbrengt, organisch en anorganisch, materieel en immaterieel. De altijd veranderende Aarde verschijnt als een uitgestrekt, vormveranderend medium van gedachten waarvan octopus, dolfijn, kraai, plant, rivier, bos en mens allemaal gedeeltelijke uitingen zijn. Door de geologische tijd heen heeft dit medium meteorietinslagen, vulkanische winters, wereldwijde ijstijden en minstens vijf massa-uitstervingen doorstaan, die elk bestaande werelden hebben verwoest en tegelijkertijd nieuwe mogelijkheden voor leven openden. Het leven heeft zich telkens weer hersteld, vaak met een nog grotere diversiteit en complexiteit, wat niet wijst op een welwillende Gaia die ons beschermt, maar op een rusteloos, transversaal, experimenteel aards systeem dat de bestaansvoorwaarden voortdurend herschikt en heroverweegt. Wat wij nu als een planetaire catastrofe ervaren—ongecontroleerde klimaatverandering, smeltende ijskappen, een zesde massa-uitsterving—kan vanuit aards perspectief worden gezien als simpelweg een nieuwe episode van radicale herschikking: een herformulering van materie en relaties die niet op de mens wacht en de mens ook niet centraal stelt.

DE AARDE DENKT VOORTDUREND MEE…
EEN GEOFILOSOFISCH REISVERSLAG

Deze tentoonstelling biedt geen overlevingsstrategie, en beweert evenmin dat kunst en filosofie de besproken crises zullen oplossen. Haar drijfveer is anders. Ze vraagt of we een nieuwe vorm van empathie tussen de Aarde en onszelf kunnen ontwikkelen: het vermogen om met de planeet mee te voelen in plaats van erover te praten uit eigen belang. Dit vraagt een verschuiving van aandacht naar wat van betekenis is voor meer-dan-menselijk leven: naar ecosystemen in transitie, naar de verschuivende structuren van de werkelijkheid die we nu al nauwelijks kunnen bevatten, en naar de schaal en snelheid waarmee de Aarde denkt. De Nederlandse delta, met haar drooggelegde zeeën en verzakkende polders, is een van de plekken waar deze spanning tussen controle en planetaire autonomie het meest nadrukkelijk in het landschap staat geschreven. Het weerklinkt subtiel door de tentoonstelling en weerspiegelt zich in de glanzende oppervlakken van de mosselen in het midden van de ruimte. Deze oppervlakken, en andere, nodigen ons uit om mee te denken, niet vanuit een positie van beheersing, maar vanuit een positie van blootstelling en ontvankelijkheid.

DE AARDE DENKT VOORTDUREND MEE… is opgevat als een creatief geofilosofisch reisverslag. Het biedt een reeks ingangen tot wat ik een filosofie van het land noem: gesitueerde experimenten die ons uitnodigen te voelen hoe aarde, water, lucht en vuur samen denken met planten, dieren, infrastructuren, geesten en machines. In deze tentoonstelling gaan zeven filosofen uit de hele wereld in dialoog met kunstenaars met wie ze een sterke verwantschap voelden in hun denken over de Aarde. Samen experimenteren, brengen ze in kaart en speculeren ze ter plekke, waarbij ze zich in land en water situeren en luisteren naar hoe kunst en filosofie samen verantwoordelijkheid voor de Aarde kunnen nemen. 

Bij RADIUS—een ondergronds centrum voor hedendaagse kunst en ecologie, gevestigd in het voormalige pomphuis en ondergrondse waterbekken van de Delftse watertoren—ontvouwt de tentoonstelling zich onder de grond, in een architectuur gevormd door water, druk en cirkelvormige geometrieën. De locatie fungeert als een aards diagram van hoe infrastructuren het leven reguleren en verspreiden: het pompen, opslaan en circuleren van water waar de meer-dan-menselijke stad van afhankelijk is. Vanuit deze context rijst de tentoonstelling op uit Aarde, geluid, geur, gebaar en beeld. Er zweven aardlagen boven ons, ideale cirkelvormen die van kleur veranderen telkens wanneer het licht erop valt. Tegelijkertijd ligt de Aarde verspreid onder onze voeten: haar geur, haar zwartheid, haar onbegrensde kracht om nieuw leven te scheppen, begeleiden de bezoeker door de gebogen ruimtes. Geluidsinstallaties stemmen onze oren af ​​op planetaire trillingen en meer-dan-menselijke ritmes. De werken putten uit gezangen uit sjamanistische en animistische praktijken in Mantsjoerije en Binnen-Mongolië, uit performative landschappen van brak en Baltisch water, uit beelden van Japanse eilanden en het steeds veranderende leven dat zich daar afspeelt, en uit planten waarvan de tastbare en akoestische aanwezigheid de waargenomen grens tussen omgeving en lichaam verstoort. En water—dat nooit één ding is—stroomt door de tentoonstelling en de kunstwerken, in een dichte vermenging van leven en dood, van mogelijkheden die in alle richtingen vloeien. Het doel is een ruimte te openen waarin filosofen en kunstenaars, bezoekers en curatoren, de meer-dan-menselijke wereld en de elementen zelf een doordachte relatie kunnen aangaan. Hier, in de schemerige ontvouwing van een ondergronds bassin, worden we uitgenodigd om de dimensies en richtingen die ons verbinden met de Aarde opnieuw te verbeelden—de aarde-in-denken-in-beweging-in-verandering.

DE AARDE DENKT VOORTDUREND MEE… gaat in op fricties, asymmetrieën, wonden, en ontsporingen tussen manieren waarop we de Aarde kennen, voelen en beschrijven. In de tussenruimten en plooien van alles wat hier van belang is—tussen bodem en geluid, tekst en trilling, speculatie en sediment—moeten nieuwe dialogen en onderhandelingen ontstaan, nu een nieuwe Aarde zich laat horen. De vraag is niet of we een verloren evenwicht kunnen herstellen, noch of we een stabiel klimaat kunnen behouden dat is afgestemd op menselijk comfort. De vraag is of we vandaag kunnen beginnen de gedachten van de Aarde te herkennen en erin mee te denken, waarbij we accepteren dat deze ideeën ons kunnen aanspreken, overstijgen, negeren, uitnodigen of zonder ons verder kunnen gaan.

  1. Paul-Laurent Assoun, ‘Freud et la Hollande’, in En Analyse avec Freud, ed. Harry Stroeken (Paris: Payot, 1987), 203-205.
  2. Sigmund Freud, Civilization and Its Discontents, vert. James Strachey (London: Hogarth Press, 1961).
  3. Sigmund Freud, New Introductory Lectures on Psycho-Analysis, vert. James Strachey (London: Hogarth Press, 1964).
  4. Daniel Chamovitz, What a Plant Knows: A Field Guide to the Senses (New York, NY: Farrar, Straus and Giroux, 2017).
  5. Charles Darwin, The Power of Movement in Plants, (Cambridge: Cambridge University Press, 2009).
  6. Michael Marder, Plant-thinking: A Philosophy of Vegetal Life (New York, NY: Columbia University Press, 2013).
  7. Eduardo Kohn, How Forests Think: Toward an Anthropology Beyond the Human (Oakland, CA: University of California Press, 2013).
  8. Peter, Godfrey-Smith, The Octopus, the sea, and the Deep Origins of Consciousness (New York, NY: Farrar, Straus and Giroux, 2016).
  9. Nathan J. Emery and  Nicola S. Clayton, ‘The Mentality of Crows: Convergent Evolution of Intelligence in Corvids and Apes’, Science 306 (2004): 1903-190.
  10. Philosophy after nature, eds. Rosi Braidotti & Rick Dolphijn (Lanham, MD: Rowmand & Littlefield, 2017).

Gastcurator: Rick Dolphijn.

Het JIJ EN IK ZIJN AARDE-jaarprogramma van RADIUS in 2026, waar deze tentoonstelling onderdeel van uitmaakt, is mede mogelijk gemaakt door steun van het Mondriaan Fonds, de Gemeente Delft, het BNG Cultuurfonds en de Van der Mandele Stichting. Deze tentoonstelling is aanvullend ondersteund door de Universiteit Utrecht, BPD Cultuurfonds, Pauwhof Fonds, Gilles Hondius Foundation, Institutions for Open Societies, More-than-Human Studies Lab. Wij danken hen hartelijk voor hun steun!