RADIUS
CCA  Centrum voor Hedendaagse Kunst en Ecologie 

24 september – 27 november 2022

Benedenwereld Hoofdstuk 3

VERSTRENGELD LEVEN

Boek Tickets

Deelnemende kunstenaars:
Abbas Akhavan, Ursula Biemann, Suzette Bousema, Eglé Budvytyté, Wim van Egmond, Johanne Hestvold, Nona Inescu, Dominique Koch, Milah van Zuilen

VERSTRENGELD LEVEN is de derde tentoonstelling van het BENEDENWERELD-jaarprogramma en onderzoekt de verstrengeling tussen bestaans- en levensvormen die voorkomen in bosecosystemen aan de hand van het werk van negen kunstenaars. De tentoonstelling, die zich verplaatst van het world wide web naar het wood wide web, is er op gericht om een vergroot begrip van symbiose, mutualisme, wederkerigheid en onderlinge afhankelijkheid te bepleiten.

Bossen herbergen tachtig procent van de biomassa op Aarde en zijn van oudsher plaatsen van mysterie, verbeelding, wildernis en wijsheid. Hoewel ze prominent aanwezig zijn in onze gemeenschappelijke verbeelding, zijn bossen lang behandeld als middelen waarmee mensen hun behoeften en verlangens vervullen. Door ze op deze manier te vereenvoudigen, worden de enorm rijke onderlinge relaties en uitwisselingen die in bossen plaatsvinden—tussen bomen, planten, schimmels, microben, bodems, koolstof, voedingsstoffen en water—gebagatelliseerd en gedegradeerd tot een strikt botanische hulpbron. In het derde hoofdstuk van BENEDENWERELD zijn negen kunstenaars betrokken die verstrengelingen tussen meerdere soorten die in bosecosystemen voorkomen onderzoeken door middel van wetenschappelijke en artistieke praktijken, om uiteindelijk samenhangende vormen van onderlinge afhankelijkheid en verwantschap voor te stellen. Hoe kunnen we de niet-menselijke kennis van bossen gebruiken om ons radicaal te verzetten tegen door de mens veroorzaakte klimatologische en ecologische rampspoed die het Antropoceen definieert? Hoe kunnen we de symbiotische en wederzijds ondersteunende vormen en processen die kenmerkend zijn voor dergelijke levende systemen toepassen op menselijke samenlevingen? 

Tekening van een hypothetische plantengemeenschap bestaande uit plantensoorten die associëren met verschillende soorten mycorrhiza-schimmels en die drie afzonderlijke ondergrondse netwerken vormen (1) Bomen die netwerken vormen met ectomycorrhiza-schimmels zijn onderling verbonden; (2) verschillende plantensoorten en een boom (3) vormen arbusculaire mycorrhizanetwerken en zijn ook onderling verbonden, en (4) een orchidee vormt een derde ondergronds netwerk.

Bomen, of ze nu in boreale, tropische of gematigde bossen staan, zijn afhankelijk van hun microbiële partners. Miljoenen soorten schimmels en bacteriën wisselen voedingsstoffen uit tussen de bodem en de wortels van bomen en planten via mycorrhiza—de wederzijdse symbiotische verbintenis tussen schimmels en planten—en vormen zo een uitgebreid, onderling verbonden netwerk van organismen in het hele bos dat ook wel het wood wide web wordt genoemd. Net zoals het world wide web een snelle en gelaagde uitwisseling van informatie via het internet mogelijk maakt, biedt het wood wide web communicatiemogelijkheden en uitwisselingen tussen de soorten die bossen levend en gezond houden. Bovendien stellen mycorrhizale netwerken menselijke maatschappelijke constructies op de proef. Schimmels zijn een voorbeeld van een totale transgressie van orthodoxe wetenschappelijke structuren. Niet alleen opereren ze binnen kaders van gemeenschap en samenwerking, ook overschrijden ze sekse-categorisering doordat ze niet-binaire organismen te zijn. In menselijke termen zou kunnen worden gesteld dat schimmels op queer-manieren werken aangezien zij afhankelijk zijn van de wederkerigheid van verschillende soorten met verschillende geslachten en seksualiteiten om te kunnen overleven. Anderzijds bevatten paddenstoelen, de vlezige, sporendragende vrucht van een schimmel, het potentieel om te speculeren over mogelijkheden van leven in kapitalistische ruïnes, zoals antropologe Anna Tsing postuleert. Paddenstoelen zijn namelijk organismen met een groot aanpassingsvermogen en zijn in staat te gedijen in klimatologisch aangetaste, vervuilde en verontreinigde gronden en bodems, en werpen zo licht op mogelijke manieren van samenleven in het Antropoceen.

Mycorrhiza-schimmels.

De complexe ondergrondse wereld van het wood wide web werkt op basis van coöperatieve intelligentie, of wat professor in bosecologie Suzanne Simard heeft omschreven als boswijsheid. Voor inheemse volkeren is dit soort wijsheid niet nieuw. Generatie na generatie hebben zij cumulatieve, lokale en spirituele kennis over de natuur ontwikkeld, waarin het bos wordt opgevat als een bewuste, onderling samenhangende entiteit waarin zij zelf ook op niet-hiërarchische wijze participeren. De Huu-ay-aht First Nations bijvoorbeeld, die in de Barkley Sound-regio aan de westkust van het eiland Vancouver leven, hebben een boswijsheid ontwikkeld rond het concept van Hishuk Tsawak, een wereldbeschouwing die betekent ‘alles is één, alles is verbonden’. Inheemse boswijsheden verschillen van de orthodoxe westerse wetenschap, niet alleen omdat deze laatste de verschillende elementen van het milieu afzonderlijk bestudeert, maar ook omdat zij een scheiding tussen geest en materie veronderstelt, wat er vervolgens toe leidt dat de mens buiten het leefklimaat staat en het dus kan controleren of beheren. Als gevolg daarvan voelt de gestandaardiseerde westerse wetenschappelijke kennis en taal ongeschikt en ontoereikend om de onderling afhankelijke en allesomvattende verbanden van bosnetwerken te vatten; tevens worden boswijsheden in toenemende mate opgenomen in meer onorthodoxe wetenschappelijke studies. Onderzoeker Michael Marder beweert bijvoorbeeld dat planten intelligentie en bewustzijn bezitten, en pleit daarom voor meer contextgevoelige manieren waarop men in zijn omgeving kan handelen.

John Ernest Weaver, De Ecologische Relaties van Wortels, 1919.

Geconfronteerd met de uitdagingen van klimaatverandering kunnen we veel leren van samenwerkingspraktijken die door middel van ingewikkelde symbiotische relaties bossen, zowel boven- als ondergronds, in leven houden. Zij getuigen van oeroude synergiën die zelfs bij grote ecologische verstoringen tot uiting komen. Door de symbiose tussen het bos en zijn wortelstructuren met planten en schimmels als analogie voor wederkerigheid op te vatten, kan tegenwicht geboden worden op hebzucht, extractivisme, en de vermeende uitzonderingspositie van de mens. Zoals biologe Lynn Margulis beweerde, zijn symbiotische of coöperatieve banden tussen soorten cruciale evolutionaire krachten, en daarmee “is evolutie geen lineaire stamboom, maar verandering in een enkel multidimensionaal wezen dat is uitgegroeid om de hele oppervlakte van de Aarde te bedekken”. Dit derde hoofdstuk van Benedenwereld speculeert over een breder bewustzijn van het denken in planten en schimmelnetwerken, en biedt onderdak aan een verzameling artistieke en wetenschappelijke praktijken die inspireren tot wederzijdse zorgzame manieren van zijn en handelen, om zo manieren te vinden om tegelijkertijd het Antropoceen te overleven en te ondermijnen.

Download tentoonstellingsbrochure

  1. De milieu-oriëntatie die de Aarde beschouwt als een hulpbron waarvan het nut wordt bepaald door menselijke behoeften en belangen wordt Promotheanisme genoemd, bedacht door John Dryzek, gebaseerd op de Griekse mythe van Prometheus, die het vuur van de goden stal om het aan de mensen te geven.
  2. Anna Lowenhaupt Tsing, The Mushroom at the End of the World. On the Possibility of Life in Capitalist Ruins. Princeton, NJ, USA: Princeton University Press, 2015.
  3. Suzanne Simard, “Forests are Wired for Wisdom”, Onbeing podcast aflevering, 9 september, 2021. (link)
  4. Castleden, H., Garvin, T. and Huu-ay-aht First Nation. ‘“Hishuk Tsawak” (Alles is één/verbonden): A Huu-ay-aht worldview for seeing forestry in British Columbia’, Canada’s Society and Natural Resources, vol 22, no 9 (2009): pp. 789–804.
  5. Michael Marder bedacht de term plant-thinking om de niet-cognitieve, niet-ideationele en niet-imagistiche manier van denken te beschrijven die eigen is aan planten, evenals de middelen om het menselijk denken terug te brengen naar zijn wortels en het “plant-achtig” te maken. Voor meer inzicht in zijn werk: Michael Marder. Plant-Thinking. A Philosophy of Vegetal Life. New York City: Columbia University Press, 2013.
  6. Lynn Margulis and Dorion Sagan, What is Life?, Berkeley: University of California Press, 2000.

Samengesteld door Niekolaas Johannes Lekkerkerk, met assistentie van Sergi Pera Rusca.

ENTANGLED LIFE wordt mogelijk gemaakt met steun van het Gieskes-Strijbis Fonds, Mondriaan Fonds, Gemeente Delft, FONDS21, The Swiss Arts Council Pro Helvetia, BNG Cultuurfonds, Stichting Zabawas en Institut français de pays bas.

Het werk van Abbas Akhavan is geleend uit de Servais Family Collection, en wordt gepresenteerd in samenwerking met Tlön Projects.