Deelnemende kunstenaars: Allora & Calzadilla met Ted Chiang Brandon Ballengée Dominic Boyer, Cymene Howe en Andri Snær Magnason Marcus Coates Marjolijn Dijkman Raphaël Fischer-Dieskau Eline Kersten Katie Paterson Maarten Vanden Eynde Cecilia Vicuña Sara Vrugt Gastcurator: Stef Craps
Campagnebeeld ZORG VOOR VERLIES — ROUW VOORBIJ DE MENS door Özgür Deniz Koldaş.
Nu is de tijd voor rouw om voort te gaan en over de hele wereld te weerklinken. — Timothy Morton, Ecology without Nature
Soms heeft verlies een datum, een naam en een lichaam waar mensen zich rond kunnen verzamelen. Andere vormen van verlies spreiden zich uit over seizoenen en generaties. Een vogelroep wordt steeds minder vaak gehoord, totdat ze helemaal niet meer te horen is. Een vertrouwd landschap wordt onherkenbaar na droogte, brand, winning van grondstoffen, oorlog of industriële landbouw. Een gletsjer wordt zo flinterdun dat deze niet langer als zodanig herkenbaar is. Plastic dat de oceaan langzaam vult zal de makers en gebruikers ervan overleven en leefgebieden en levende organismen vervuilen. Zulke verliezen zijn niet altijd spectaculair of direct waarneembaar; vele ontvouwen zich geleidelijk als onderdeel van een bredere ecologische ontwikkeling. Zelfs wanneer een verdwijning definitief is, gaat die ontrafeling door, met andere verliezen die al gaande zijn en nog meer die eraan komen.
ZORG VOOR VERLIES — ROUW VOORBIJ DE MENS begint vanuit de erkenning dat ecologische ontwrichting ook een crisis van gevoel en betekenis is. Klimaatverandering, de ineenstorting van de biodiversiteit, giftige vervuiling en de aantasting van geliefde plekken roepen verdriet, angst, woede, schuldgevoel, schaamte en hulpeloosheid op. Er is een groeiende woordenschat ontstaan voor deze emoties. Ecologische rouw is de benaming voor het verdriet dat voortkomt uit ervaren of verwachte verliezen van soorten, ecosystemen en geliefde landschappen. Eco-angst beschrijft de bezorgdheid die wordt veroorzaakt door de verslechtering van het milieu.
De filosoof Glenn Albrecht bedacht de term solastalgie voor het gevoel van heimwee dat iemand die thuisblijft kan ervaren, terwijl de omgeving zo radicaal verandert dat die geen troost meer biedt.
Deze woorden zijn belangrijk omdat ze ervaringen deelbaar maken. Ze vertellen ons dat leed in een beschadigde wereld geen individueel gebrek is, maar een begrijpelijke reactie op omstandigheden die datgene wat we liefhebben en wat ons steun biedt bedreigen.
ROUW ZONDER ERKENNING
Ecologische rouw is daarom breder dan rouw na een individuele dood. Het kan het gevolg zijn van een plotselinge ramp, maar het kan ook ontstaan door langzaam geweld: het stapsgewijs vergiftigen, uitdrogen, opwarmen of leeglopen van een plek. Het kan retrospectief, anticiperend of beide zijn. Vaak is het onderwerp van verdriet moeilijk te isoleren, omdat wat verdwijnt een netwerk van relaties is: een seizoensritme, een bestaansmiddel, een taal, een thuisgevoel, de overtuiging dat vertrouwde levensvormen zullen voortbestaan. De schaal kan variëren van één boom tot het wereldwijde klimaat, terwijl het verlies voor sommigen persoonlijk en direct voelbaar is en voor anderen grotendeels onzichtbaar blijft. Elke beschrijving van ecologisch verdriet moet daarom rekening houden met deze verschillen in plaats van alle verliezen—en alle ervaringen daarvan—als gelijkwaardig te behandelen.
Toch blijven ecologische emoties opmerkelijk moeilijk onder woorden te brengen—en, zelfs als ze wel worden geuit, moeilijk om voldoende gehoord te worden. Westerse samenlevingen hebben vele gebruiken voor het rouwen om menselijke sterfgevallen, maar er zijn maar weinig gevestigde conventies of rituelen voor het rouwen om de dood van een rivier, het verdwijnen van een soort of het geleidelijke verlies van een bos. Hoewel termen als eco-angst en ecologische rouw de afgelopen jaren steeds meer gebruikt worden, moet dit niet worden verward met een brede maatschappelijke legitimiteit. Degenen die deze gevoelens uiten worden vaak nog steeds afgedaan als irrationeel, overgevoelig of overdreven emotioneel. Hun gevoelens worden daardoor ontzegd: misschien erkend als persoonlijk leed, maar niet gezien als een betekenisvolle reactie op een reëel verlies. In die zin blijft ecologisch verdriet gemarginaliseerd: het verlies is reëel voor de rouwende, maar de omringende cultuur onthoudt erkenning, sympathie of toestemming om te rouwen.
Dat achterhouden is politiek. Emoties geven niet alleen een persoonlijke gemoedstoestand weer; ze communiceren ook een oordeel over wat belangrijk is. Rouwen om een vergiftigde rivier betekent dat de rivier niet louter een hulpbron was en dat de vernietiging ervan onaanvaardbaar is. Rouwen om een uitgestorven vogelsoort betekent benadrukken dat een levensvorm waarde had die verder ging dan haar nut voor de mens. Omgekeerd, wanneer dergelijk verdriet belachelijk wordt gemaakt, leren anderen soortgelijke gevoelens bij zichzelf te censureren. Het onderdrukken van publieke emoties kan daarom werken als een subtiele techniek van sociale controle: het verkleint het scala aan reacties dat als redelijk wordt beschouwd en presenteert ‘business as usual’ als gezond verstand. Wanneer mensen hun gehechtheid niet publiekelijk kunnen uiten, worden de soorten en plaatsen waar ze om geven moeilijker te verdedigen. Wat niet betreurd kan worden, wordt makkelijker om te vernietigen.
RUIMTE MAKEN VOOR ECOLOGISCHE ROUW
Er zijn echter wel plekken waar ecologische rouw wordt geuit en verwerkt. Milieuactivisten houden begrafenissen en wakes voor gletsjers en verdwenen diersoorten, organiseren ‘die-ins’, vormen stille optochten en organiseren rouwcirkels. Klimaatbewuste psychotherapeuten creëren omgevingen waarin leed erkend kan worden zonder dat het automatisch als pathologisch wordt bestempeld. Wetenschappers in de milieugeesteswetenschappen bieden een taal voor ervaringen die vaak onbenoemd of over het hoofd gezien zijn, en bevorderen een meer relationeel begrip van het menselijk leven en rechtvaardigere manieren om in een gedeelde wereld te leven. Kunstenaars maken tegelijkertijd beelden, objecten, geluiden, verhalen en rituelen, waardoor verliezen die de gewone waarneming te boven gaan voelbaar kunnen worden. Kunst is een plek waar de samenleving nieuwe manieren kan testen om aandacht te geven en herinneringen te bewaren aan verlies waar geen kant-en-klare vorm voor bestaat.
Kunst is vooral belangrijk omdat ze niet alleen informatie over ecologisch verlies overbrengt; ze maakt het mogelijk om dit verlies waar te nemen, te verbeelden en te voelen. Door stil te staan bij een spoor of een afwezigheid tastbaar te maken, kan een kunstwerk verlies dat ver weg is of geleidelijk plaatsvindt, direct laten aanvoelen. In plaats van abstracte uitstervingscijfers kan het aandacht geven aan de bijzonderheid van een verdwenen soort of levenswijze, of de kortstondigheid van een individueel leven plaatsen binnen de immense tijdschalen van evolutie en geologie. Bovendien kan het tegenstrijdigheden samenbrengen: schoonheid naast gruwel, tederheid naast schuld, hoop naast onomkeerbaar verlies. Deze spanningen betekenen niet dat er geen duidelijke boodschap wordt overgebracht. Ze confronteren ons juist met de emotionele complexiteit van ecologische rouw.
DE WERELD OPNIEUW LEREN KENNEN
Deze tentoonstelling beschouwt rouw als meer dan de uiterlijke uitdrukking van verdriet. Het is een langdurig en relationeel proces met ethische en politieke dimensies. Rouw gaat in essentie over liefde: we rouwen omdat ons leven verweven is met andere levens, plaatsen, gewoonten en mogelijke toekomsten. Verlies onthult hoe diep deze relaties in ons geworteld zijn en ons vormen—hoe delen van wat we ‘het zelf’ noemen altijd al buiten ons lichaam hebben bestaan. Rouw kan ons ontwrichten, maar kan ons ook opnieuw vormen. Thom van Dooren, Blanche Verlie en Zoë Sadokierski beschrijven, in navolging van filosoof en rouwtherapeut Thomas Attig, rouw als een proces van ‘de wereld opnieuw leren kennen’: het aanpassen van ons gevoel van wie we zijn en hoe we moeten leven wanneer een belangrijke relatie is veranderd of beschadigd.
We keren niet onveranderd terug naar een vroegere normaliteit. We leren leven in een veranderde realiteit, gekwetst maar nog steeds in staat tot verbinding.
Ecologische rouw breidt dit proces van herleren uit naar onze relaties met de meer-dan-menselijke wereld. Het begint met het erkennen van dierlijke, plantaardige, minerale en elementaire lichamen als zijnde kwetsbaar en rouwwaardig.
Joshua Trey Barnett, een wetenschapper op het gebied van retoriek en milieugeesteswetenschappen, beschouwt ecologische rouw eveneens als iets dat gevormd wordt door handelingen als benoemen, archiveren en zichtbaar maken—retorische praktijken die gemarginaliseerde gevoelens kunnen valideren en zorg kunnen bieden.
Rouw vereist daarom meer dan alleen een algemeen gevoel van verdriet over de achteruitgang van het milieu; het vereist voortdurende aandacht voor de specifieke levens en relaties die worden vernietigd. In zijn werk over bedreigde vogels en slakken laat Van Dooren zien wat dergelijke rouw van ons vraagt: aandacht voor de unieke levenswijzen en relaties die door uitsterven worden vernietigd. Door te onderzoeken hoe deze wezens waarnemen, communiceren, herinneren en samenleven met anderen, laat hij zien dat elke vorm van leven onderdeel is van een web van relaties. Op deze schaal is uitsterven niet slechts het verdwijnen van een uitwisselbare eenheid van ‘biodiversiteit’, maar het verlies van een hele reeks aan interacties en relaties die niet meer terug zullen keren—het verlies van een wereld.
Om met dergelijk verlies om te kunnen gaan is het nodig om, wat filosofe Vinciane Despret noemt “te leren om geraakt te worden.”
Feiten blijven onmisbaar, maar feiten alleen leiden niet noodzakelijkerwijs tot gedragsverandering. We hebben ook een gevoelsmatig begrip nodig van hoe nauw ons leven verweven is met de meer-dan-menselijke wereld. Dit betekent niet dat we menselijke emoties moeten projecteren op een zwijgende natuur. Het betekent dat we de illusie van menselijke afzondering moeten loslaten en meer aandacht besteden aan hoe andere wezens ons benaderen, zich tegen ons verzetten, van ons afhankelijk zijn en ons begrip te boven gaan. Ruimte maken voor rouw kan ons dichter bij een relationeel zelfbeeld brengen: niet als meesters die buiten een passieve omgeving staan, maar als deelnemers aan dicht verweven levensgemeenschappen.
ROUW, SCHULD EN HOOP
Deze vorm van betrokkenheid is nooit onschuldig. Ecologische rouw is vaak verweven met schuldgevoel, omdat mensen—op ongelijke en verschillende manieren—medeverantwoordelijk zijn voor de verliezen waarom zij rouwen. We moeten niet alleen rouwen om wat verdwenen is, maar ook om wat door menselijke economieën, instellingen en gewoonten mede is vernietigd.
Het voornaamwoord ‘wij’ moet zorgvuldig gebruikt worden, aangezien de verantwoordelijkheid voor deze verliezen ongelijk verdeeld is in de geschiedenis van het kapitalisme, het kolonialisme, de uitbuiting en de consumptie. Overweldigende persoonlijke schuldgevoelens kunnen verlammend werken, terwijl vage beroepen op menselijkheid de betrokken bedrijven, overheden en welgestelde bevolkingsgroepen maskeren die juist het meest in staat zijn om schade te veroorzaken of te voorkomen. Verantwoord rouwen claimt geen onschuld en verandert verdriet niet in zelfvergeving. Het vraagt hoe verdriet kan leiden tot een duidelijker begrip van verantwoordelijkheid en een toewijding aan veranderd gedrag en, waar mogelijk, herstel.
Een verontschuldiging aan een uitgestorven soort kan deze niet terugbrengen. Een monument kan een verdwenen gletsjer niet herstellen. Toch kunnen deze acties wel van belang zijn wanneer ze onrecht erkennen, de morele en politieke gemeenschap vergroten en verplichtingen tegenover overlevende wezens en beschadigde leefgebieden lastiger te ontkennen maken. Ze kunnen het begin zijn van een samenleving waarin meer-dan-menselijke levens emotioneel, ethisch en politiek meetellen.
Rouw is transformerend, niet omdat elk gevoel automatisch tot deugdzaam handelen leidt—ecologische emoties kunnen privé blijven, fatalistisch worden of zelfs uitsluitende politiek voeden—maar omdat continue aandacht ontkenning kan doorbreken en gedrag kan heroriënteren. Het kan de emotionele geletterdheid bevorderen die nodig is om verantwoordelijkheid te onderscheiden van schaamte, solidariteit van toe-eigening en zorg van controle.
Daarom zou rouw niet tegenover hoop moeten staan. Rouw omarmen betekent eerlijk onder ogen zien dat er al veel verloren is gegaan en dat er in de komende jaren nog meer verliezen zullen volgen, ongeacht wat we nu doen. Hoop die deze kennis ontkent, is troost, geen verantwoordelijkheid. Milieucommunicatie dringt vaak aan op optimistische verhalen en haalbare tips voor individuele actie, uit angst dat het publiek anders depressief wordt. Maar optimisme kan de ernst van de situatie reduceren, suggereren dat bescheiden consumentenkeuzes een toereikend antwoord zijn op een systemische crisis en de verantwoordelijkheid afschuiven van machtige instellingen. Een geloofwaardige hoop gaat gepaard met verlies. Het kan onomkeerbare schade erkennen en tegelijkertijd benadrukken dat wat overblijft—en wat nog kan ontstaan—vastberaden zorg verdient. Dat is de levensbevestigende inzet van ecologische rouw: verdriet kan ons besef van wat waardevol is verscherpen en ons in een moedigere relatie met het leven brengen. In plaats van actie te verdringen, kan het zowel tot actie aanzetten als er richting aan geven.
DE TENTOONSTELLING ALS OPEN SPIRAAL
Deze opvatting van rouw als een voortdurende, potentieel transformerende praktijk vormt de basis van de tentoonstelling zelf. In plaats van een therapeutische reis van rouw naar heling, ontvouwt ZORG VOOR VERLIES — ROUW VOORBIJ DE MENS zich via vijf bewegingen die de verschillende delen van de tentoonstelling vormen en welke zijn gerangschikt als een open spiraal. Samen vormen ze een reeks verbanden: sporen nodigen uit tot luisteren, luisteren kan implicaties blootleggen, het erkennen van implicaties kan een behoefte aan ritueel creëren, rituelen kunnen zorgrelaties vernieuwen en zorg kan verdere sporen en stemmen waarneembaar maken.
De opzet is conceptueel geïnspireerd op “Work That Reconnects” van milieuactiviste en auteur Joanna Macy, een ervaringsgerichte groepspraktijk die beweegt langs dankbaarheid, rouw, vernieuwde perceptie en actie.
Macy beschrijft de fasen als een open spiraal, omdat ze steeds opnieuw kunnen worden doorlopen, waarbij elke fase veranderende betekenissen en reacties biedt. ZORG VOOR VERLIES — ROUW VOORBIJ DE MENS volgt deze volgorde niet letterlijk, maar deelt wel de visie op rouw als een recursief proces in plaats van gericht op afsluiting.
De cirkelvormige ruimte van het ondergrondse voormalige waterreservoir weerspiegelt deze recursieve logica: bezoekers die door de tentoonstelling lopen kunnen elk moment terugkeren naar eerdere werken en thema’s, in plaats van simpelweg vooruit te bewegen en elk stadium te voltooien. Deze openheid werkt ook op het niveau van de werken zelf. Hoewel elk werk deel uitmaakt van een bepaalde beweging, raken de meeste werken aan vormen van getuigen, verdriet, herdenken, betrekken en zorg tegelijkertijd. Elke beweging benadrukt een primaire narratieve functie zonder de werken daartoe te beperken, waardoor betekenissen en emoties door de hele tentoonstelling kunnen weerklinken.
Timothy Morton, Ecology without Nature: Rethinking Environmental Aesthetics (Cambridge, MA: Harvard University Press, 2007), 185.
↩
Ashlee Cunsolo en Neville R. Ellis, “Ecological Grief as a Mental Health Response to Climate Change-Related Loss,” Nature Climate Change 8 (2018): 275–281.
↩
Susan Clayton, Christie Manning, Kirra Krygsman en Meighen Speiser, Mental Health and Our Changing Climate: Impacts, Implications, and Guidance (Washington, DC: American Psychological Association en ecoAmerica, 2017). Beeld: Asker Ibne Firoz.
↩
Glenn A. Albrecht, Earth Emotions: New Words for a New World (Ithaca, NY: Cornell University Press, 2019).
↩
Ashlee Cunsolo en Karen Landman, eds., Mourning Nature: Hope at the Heart of Ecological Loss and Grief (Montreal en Kingston: McGill-Queen’s University Press, 2017).
↩
Thom van Dooren, Blanche Verlie en Zoë Sadokierski, “Mourning in a Time of Planetary Crisis: Making Room for Grief,” Griffith Review 92 (2026). Beeld: Extinction Rebellion.
↩
Ashlee Cunsolo Willox, “Climate Change as the Work of Mourning,” Ethics & the Environment 17, no. 2 (2012): 137–164, https://doi.org/10.2979/ethicsenviro.17.2.137. Beeld: Extinction Rebellion.
↩
Joshua Trey Barnett, Mourning in the Anthropocene: Ecological Grief and Earthly Coexistence (East Lansing: Michigan State University Press, 2022).
↩
Thom van Dooren, Flight Ways: Life and Loss at the Edge of Extinction (New York: Columbia University Press, 2014); Thom van Dooren, A World in a Shell: Snail Stories for a Time of Extinctions (Cambridge, MA: MIT Press, 2022).
↩
Vinciane Despret, “The Body We Care For: Figures of Anthropo-zoo-genesis,” Body & Society 10, nos. 2–3 (2004): 111–134, https://doi.org/10.1177/1357034X04042938. Beeld: Donna Haraway door Victoria De la Maza Cueto.
↩
Stef Craps, “Ecological Apologies: Reckoning with Grief, Guilt, and Multispecies Justice,” Environmental Politics 35, no. 1 (2026): 31–49, https://doi.org/10.1080/09644016.2025.2557056. Beeld: Matt Palmer.
↩
Joanna Macy en Molly Young Brown, Coming Back to Life: The Updated Guide to the Work That Reconnects, rev. ed. (Gabriola Island, BC: New Society Publishers, 2014).
↩
Gastcurator: Stef Craps.
Het JIJ EN IK ZIJN AARDE-jaarprogramma van RADIUS in 2026, waar deze tentoonstelling onderdeel van uitmaakt, is mede mogelijk gemaakt door steun van het Mondriaan Fonds, de Gemeente Delft, het BNG Cultuurfonds en de Van der Mandele Stichting.
Deze tentoonstelling is aanvullend ondersteund door het Universiteit Gent Maatschappelijk Valorisatiefonds en Stichting Symbio.